Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6821.
2.5.6. In beginsel ligt het op de weg van de inspecteur om aannemelijk te maken dat er een bron van inkomen aanwezig is. Indien echter gezien de te ontvangen vergoeding aannemelijk is dat sprake is van voordelen bij een belastingplichtige, zal deze, indien hij stelt dat desondanks geen bron van inkomen aanwezig is, aannemelijk dienen te maken dat de voor hem in redelijkheid te maken kosten hoger zijn dan de opbrengsten. Hij is daartoe dan de meest gerede partij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279, en de alinea staat in dat document op bytes 24414 tot 24893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279 | shasum -a 256