Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6821.
2.6.3. Doorgaans zal bij de aanwezigheid van een civielrechtelijke dienstbetrekking sprake zijn van een fiscale bron van inkomen. Immers, een dienstbetrekking in de zin van artikel 7:610, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek veronderstelt de verplichting tot het betalen van loon, dat is 'de vergoeding door den werkgever aan den werknemer verschuldigd ter zake van den bedongen arbeid'(15); het gaat niet om een vergoeding van kosten(16) of schade. Bij betaling van loon zal doorgaans sprake zijn van een bron van inkomen, maar dat zal niet altijd het geval zijn. Indien een vrijwilliger in dienstbetrekking een lage beloning voor zijn arbeid geniet en ondertussen veel kosten maakt, valt redelijkerwijs niet te verwachten dat de dienstbetrekking in de toekomst een positief resultaat zal opleveren. Zo bestaat er derhalve verschil tussen de vraag of een arbeidsverhouding als een civielrechtelijke dienstbetrekking kwalificeert en de vraag of zij als een bron van inkomen geldt(17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279, en de alinea staat in dat document op bytes 29593 tot 30588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279 | shasum -a 256