Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6821.

2.7.2. Enerzijds ligt het niet voor de hand aan te nemen dat loonbelasting moet worden geheven waar uiteindelijk bij gebrek aan een bron van inkomen geen inkomstenbelasting verschuldigd is, anderzijds bestaan er noch in de wetsgeschiedenis noch in de tekst van de Wet LB 1964 aanwijzingen dat een vrijstelling geldt. De letterlijke tekst van artikel 1 en 2 van de Wet LB 1964 brengt een loonbelastingplicht met zich. Beslissend lijkt mij dat het voor een werkgever niet mogelijk, althans zeer moeilijk, is om te bepalen of er een bron bestaat, met name weet hij doorgaans niet wat de naar redelijkheid te maken arbeidskosten zijn. Deze kosten worden vanuit het oogpunt van de werknemer beoordeeld. Derhalve zal, ook al is er geen bron van inkomen aanwezig, wettelijk toch inhouding van loonbelasting moeten plaatsvinden, waarna een teruggaaf volgt in de inkomstenbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279, en de alinea staat in dat document op bytes 32808 tot 33695.