Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7435.
32. De omstandigheid dat onder verwijzing naar rov. 26 en 27 niet bij voorbaat gezegd kan worden dat de stelling dat wetenschap bij de accountants van het bestaan van de koopintentieverklaring tot een hogere waardering zou hebben geleid aannemelijker is dan de stelling van het tegendeel, brengt met zich mede dat [eiser] overeenkomstig de hoofdregel van art. 177 Rv. feiten en omstandigheden dient te bewijzen welke kunnen leiden tot de conclusie dat de accountants, hadden zij van het bestaan van de koopintentieverklaring geweten, tot een hogere waardering waren gekomen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87b2eef8f8bc3be7be18c88483413c00f4b7d436527d2a0ebdc3ff741f2f67b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87b2eef8f8bc3be7be18c88483413c00f4b7d436527d2a0ebdc3ff741f2f67b3, en de alinea staat in dat document op bytes 10452 tot 11040.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87b2eef8f8bc3be7be18c88483413c00f4b7d436527d2a0ebdc3ff741f2f67b3 | shasum -a 256