Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7435.

3.33.1 Deze klacht faalt omdat het Hof de bedoelde stelling van [eiser] m.i. wel degelijk zo heeft begrepen dat [eiser] heeft aangevoerd dat de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk is gemaakt. Dat het Hof geen relevant onderscheid ziet tussen de mogelijkheidheid dat schade vaststaat en de mogelijkheid dat schade voldoende aannemelijk is gemaakt, blijkt hieruit dat het Hof - na de weergave van [eiser]s stelling(6) - oordeelt dat schade "onvoldoende aannemelijk is geworden" (rov. 12 tweede alinea tweede volzin in fine). Tegen dat laatste oordeel is geen klacht gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87b2eef8f8bc3be7be18c88483413c00f4b7d436527d2a0ebdc3ff741f2f67b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87b2eef8f8bc3be7be18c88483413c00f4b7d436527d2a0ebdc3ff741f2f67b3, en de alinea staat in dat document op bytes 28470 tot 29066.