Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7925.

10) Het bewijsaanbod waarnaar deze onderdelen verwijzen wordt gedaan op de vierde bladzij (de bladzijden zijn niet genummerd) van de memorie van grieven. Het noemt een aanzienlijk aantal mogelijke getuigen, en vermeldt van twee daarvan ([betrokkene 2] en [betrokkene 3]) dat deze betrokken zijn geweest bij contacten en/of gesprekken over de huurovereenkomst c.q. "de wijze van verhuur". Het aanbod betreft "het vorenstaande". Die, op zichzelf niet optimaal duidelijke, verwijzing zal toch in elk geval (mede) gericht zijn op de onmiddellijk daarvóór weergegeven stellingen. Die hebben - althans merendeels - betrekking op de bestemming die ten aanzien van de achtereenvolgens in de huur betrokken ruimtes zou zijn overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 10514 tot 11260.