Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7925.

11) Bij die stand van zaken stem ik in met de klacht van onderdeel 2.4, dat onvoldoende begrijpelijk is waarom het hof het bewijsaanbod als niet terzake dienend heeft beoordeeld. Als er al gronden te bedenken zijn die die beoordeling kunnen dragen - ik zie die gronden overigens niet zo een-twee-drie, maar zie ook alinea's 15 t/m 17 hierna - wordt daarover in het arrest onvoldoende opheldering gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 11802 tot 12219.