Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7925.
Ik denk dat allereerst daarom, omdat het hof nu eenmaal niet heeft overwogen dat het bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd zou zijn, maar (alleen) dat het niet terzake dienend was. Maar dit lijkt mij ook daarom niet aannemelijk, omdat niet dadelijk valt in te zien - ik besef dat het hier een gegeven betreft dat vooral feitelijke waardering vraagt - waarom dit bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd zou (kunnen) zijn; en omdat het in de rede ligt dat het hof, wanneer het werkelijk de hier bedoelde - en dus niet dadelijk voor de hand liggende - vaststelling had gedaan, zijn oordeel daarover niet stilzwijgend maar uitdrukkelijk (en gemotiveerd) zou hebben gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 13970 tot 14654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3 | shasum -a 256