Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7925.

16) Aan de andere kant was het wèl zo, dat van de kant van [eiser] vrijwel niets was meegedeeld over wát de genoemde getuigen (i.h.b. [betrokkene 2] en [betrokkene 3]) in verband met het onderwerp van het bewijsaanbod precies zouden hebben ervaren (terwijl men kan vermoeden dat [eiser] daarover wel méér zou hebben kunnen stellen dan in feite gesteld werd, áls het zo was dat de betrokkenen werkelijk terzake doende ervaringen mee te delen zouden hebben).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 15260 tot 15735.