Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7925.

17) In het verlengde van die regel denk ik namelijk dat ook geen hoge eisen mogen worden gesteld aan de mate waarin wordt gesubstantieerd, van welke aspecten van een probandum een bepaalde getuige precies wetenschap heeft en waar die getuige zoal bij betrokken is geweest - om dezelfde redenen die ik in voetnoot 10 aanstipte, zal een partij niet altijd bij machte zijn daar (veel) verdere bijzonderheden over te geven, terwijl ook hier geldt dat het "uithoren" van potentiële getuigen, ook waar daar geen praktische bezwaren aan in de weg staan, niet verdient te worden aangemoedigd(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 16141 tot 16743.