Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7925.
10 De regel berust allicht op de gedachte dat het niet wenselijk, en bovendien lang niet altijd mogelijk is dat partijen (potentiële) getuigen over hun wetenschap omtrent het probandum "uithoren" (niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat het een getuige uit het kamp van de wederpartij betreft, die niet bereid is informatie op vrijwillige basis te verstrekken); en dat daarom aanvaard moet worden dat een partij bewijs door getuigen aanbiedt zonder zich ervan vergewist te (kunnen) hebben, wat de genoemde getuigen vermoedelijk zullen verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 25702 tot 26255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e2bbbf4f017b008a4910d38892304111642383b4410162b4bd1a8f43ad88ab3 | shasum -a 256