Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7930.
15. Wanneer deze rechtspraak van het HvJEG tot richtsnoer wordt genomen bij de uitleg van het begrip burgerlijke en handelszaken als bedoeld in art. 1 lid 1 van de Betekeningsverordening, betekent dit dat bij de beoordeling van de vraag of een door een overheidsinstantie tegen een particulier ingestelde rechtsvordering kan worden aangemerkt als een burgerlijke zaak of handelszaak in de zin van art. 1 lid 1 Betekeningsverordening, de rechtsbetrekking die aan de ingestelde rechtsvordering ten grondslag ligt, beslissend is. Vindt deze rechtsbetrekking haar regeling in het gemene recht en wordt door de overheidsinstantie geen gebruik gemaakt van bevoegdheden die buiten het bestek van de op betrekkingen tussen particulieren toepasselijke regels vallen, dan is de zaak aan te merken als een burgerlijke of handelszaak. Vindt de rechtsbetrekking evenwel haar grondslag in een regeling waarin aan de overheidsinstantie een eigen recht is verleend, dan valt de zaak buiten het begrip burgerlijke en handelszaak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6, en de alinea staat in dat document op bytes 16361 tot 17387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6 | shasum -a 256