Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7930.

16. In de onderhavige zaak vindt de door de Ontvanger ingestelde rechtsvordering primair haar grondslag in de specifieke aansprakelijkheidsbepalingen van de eerste afdeling van hoofdstuk VI van de Iw 1990 (art. 36 en art. 32 lid 2) en subsidiair in de privaatrechtelijke bepalingen inzake de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. De regeling waarop de rechtsvordering primair is gegrond, lijkt in het licht van de rechtspraak van het HvJEG op art. 1 EEX-Verdrag gekwalificeerd te kunnen worden als een regeling waarin aan de overheidsinstantie, de Ontvanger, een eigen recht is verleend, zodat de zaak in zoverre buiten het begrip burgerlijke en handelszaken valt. De subsidiaire grondslag valt niet buiten het bestek van de op betrekkingen tussen particulieren toepasselijke regels. In zoverre lijkt de zaak gekwalificeerd te kunnen worden als een burgerlijke zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6, en de alinea staat in dat document op bytes 17395 tot 18278.