Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7930.

17. Al aangenomen dat deze kwalificaties juist zijn (en geen bijzondere betekenis toekomt aan het feit dat, anders dan in de tekst van art. 1 EEX-Verdrag (en van art. 1 EEX-Verordening), in de tekst van art. 1 Betekeningsverordening "fiscale zaken" niet uitdrukkelijk van het toepassingsgebied worden uitgesloten), rijst vervolgens de vraag welke gevolgen de tweeledigheid in de grondslag van de door de Ontvanger ingestelde rechtsvordering heeft voor de vraag of de voorschriften van de Betekeningsverordening van toepassing zijn. Het lijkt niet voor de hand te liggen hier, anders dan wellicht bij de toepassing van de bevoegdheidsregeling en de regeling van de erkenning en tenuitvoerlegging van het EEX-Verdrag (c.q. de EEX-Verordening) (zie M.V. Polak, AA 2003, blz. 682), een splitsing aan te brengen tussen het onderdeel van de rechtsvordering dat binnen het bereik van de Betekeningsverordening valt en het onderdeel dat daarbuiten valt. Zo'n splitsing is, als het gaat om de betekening van een dagvaarding, zo al uitvoerbaar dan toch zeer bezwaarlijk. Brengt een "soepele interpretatie" van art. 1 Betekeningsverordening (het onder (d) bedoelde punt van de geciteerde passage uit het Toelichtend Verslag bij het EU-Betekeningsverdrag) mee dat, nu de grondslag van de ingestelde rechtsvordering in ieder geval in haar subsidiaire onderdeel aan de zaak het karakter van een burgerlijke zaak lijkt te geven (zie ook het onder (c) bedoelde punt uit de zojuist bedoelde passage), de zaak in haar geheel als een burgerlijke zaak in de zin van art. 1 Betekeningsverordening dient te worden aangemerkt? Of is het tegendeel waar en volgt uit de omstandigheid dat de primaire grondslag van de rechtsvordering buiten het bestek van de op betrekkingen tussen particulieren toepasselijke regels valt, dat de zaak niet kan worden aangemerkt als een burgerlijke of handelszaak in de zin van art. 1 Betekeningsverordening en daarom buiten het materiële toepassingsgebied van deze verordening valt?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc4591fc4e3b59d11fd93a04b879d00ff9497f7502e034464eee8c1880d23f6, en de alinea staat in dat document op bytes 18316 tot 20321.