Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 161 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021.

72. Indien de bepalingen van een richtlijn onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn, zijn justitiabelen gerechtigd op die bepalingen een beroep te doen tegenover de lidstaat die hetzij verzuimt de richtlijn binnen de gestelde termijn in nationaal recht om te zetten, hetzij dit op onjuiste wijze doet. Dit vloeit voort uit de overweging dat het met de dwingende betekenis die (thans) art. 249 EG aan richtlijnen toekent onverenigbaar zou zijn dat een belanghebbende geen beroep kan doen op een bij richtlijn opgelegde verplichting. Dientengevolge kan een lidstaat die heeft nagelaten tijdig de door een richtlijn voorgeschreven uitvoeringsmaatregelen te treffen dit verzuim niet aan een justitiabele tegenwerpen. Het dwingende karakter dat in art. 249 EG aan richtlijnen is toegekend bestaat evenwel slechts ten aanzien van de lidstaat die tot uitvoering gehouden is. Daarom kan een richtlijn niet uit zichzelf verplichtingen aan particulieren opleggen, en kan een bepaling uit een richtlijn als zodanig niet voor een nationale rechterlijke instantie tegen een particulier worden ingeroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3, en de alinea staat in dat document op bytes 55597 tot 56706.