Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 170 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021.

79. Hieruit wil ik niet afleiden dat wetswijzigingen waartoe Nederland jegens de Europese Gemeenschappen is verplicht nimmer onder het bereik van art. 1, tweede lid, Sr kunnen vallen. Nu de bevoegdheid tot het formuleren van rechtsnormen, op die terreinen die de Gemeenschappen tot hun competentie (mogen) rekenen, is verschoven van de nationale wetgever naar de Europese instellingen, meen ik dat ook de door de laatsten vastgestelde voorschriften bepalend kunnen zijn voor het antwoord op de vraag of een wetswijziging uiting geeft aan een voor de verdachte gunstige wijziging van inzicht omtrent de strafbaarheid van een tenlastegelegde gedraging. Dat moet naar mijn inzicht ook gelden voor normen die in een Europese richtlijn zijn vastgelegd, mits kan worden aangenomen dat met de richtlijn harmonisatie is beoogd van de op de tenlastegelegde gedraging toepasselijke normen, en die normen met voldoende nauwkeurigheid in de richtlijn zijn omschreven. Een ander oordeel zou mijns inziens onverenigbaar zijn met het primaat van het gemeenschapsrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3, en de alinea staat in dat document op bytes 62501 tot 63567.