Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 281 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021.

105. In het licht van hetgeen hierboven werd opgemerkt met betrekking tot de totstandkoming van Richtlijn 2003/6/EG meen ik ten aanzien van dit middelonderdeel kort te kunnen zijn. Uit die totstandkomingsgeschiedenis volgt dat met "aanzienlijke invloed" in art. 1, onder 1o, van Richtlijn 2003/6/EG geen afwijking is beoogd van hetgeen in Richtlijn 89/592/EEG was bepaald. Daarom kan worden aangenomen dat ook de in Richtlijn 89/592/EEG opgenomen definitie van voorwetenschap wilde uitsluiten dat de verbodsnorm wordt overtreden door degene die over gegevens beschikt waaraan beleggers naar redelijke verwachting geen zelfstandig belang zullen toekennen, zodat bij openbaarmaking van die gegevens geen relevante koersbeweging zal ontstaan. Het moet ervoor gehouden worden dat ook in Richtlijn 89/592/EEG geen verdergaande kwantificering van de koersgevoeligheid was beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3, en de alinea staat in dat document op bytes 99158 tot 100045.