Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 288 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021.

110. Voor zover het middel is gegrond op Richtlijn 89/592/EEG kan het zeker geen doel treffen. Deze Richtlijn beoogde een beperkte harmonisatie van wetgeving, hetgeen onder meer hieruit blijkt dat de lidstaten in art. 6 nadrukkelijk de bevoegdheid was gelaten om strengere voorschriften vast te stellen. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft geoordeeld dat een in nationale wetgeving vervat verbod waarbij - anders dan in art. 2 van deze Richtlijn - geen (bewijs van) causaal verband tussen de voorwetenschap en het aangaan van de transactie wordt gevergd ingevolge art. 6 van de Richtlijn toelaatbaar is. Daarbij moet dan wèl in het oog gehouden worden dat laatstgenoemde bepaling strengere of aanvullende voorschriften alleen toestaat indien zij algemeen toepasselijk zijn, zodat een strenger nationaal voorschrift buiten toepassing moet blijven voor zover het zich alleen tot bepaalde categorieën van personen richt.(22)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3, en de alinea staat in dat document op bytes 102388 tot 103347.