Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005
Alinea 310 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021.
121. Die mogelijkheid is in de literatuur reeds gesignaleerd. Als voorbeeld is genoemd het geval dat iemand, wetende dat een genoteerde onderneming binnen korte tijd zeer gunstige jaarcijfers bekend zal maken (zodat een, al dan niet beduidende, koersstijging is te verwachten) zijn aandelen in dat fonds verkoopt. In een dergelijke situatie, zo is betoogd, zal onder vigeur van Richtlijn 2003/6/EG geen gebruik van voorwetenschap bewezen kunnen worden omdat de voorwetenschap geen reden voor de transactie kan zijn geweest.(26)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3, en de alinea staat in dat document op bytes 114409 tot 114950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3 | shasum -a 256