Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021.

In februari 1998 hoorde ik van [betrokkene 1] (het hof begrijpt telkens: [betrokkene 1]) dat DTG interesse had in de diamant-afdeling van [A]. Ik heb vlak vóór 16 maart 1998 een globale berekening met betrekking tot DTG gemaakt om te kijken wat ze voorstelden. Ik vond zelf niet dat ik de aankondiging van DTG in de brief van 12 februari 1998 openlijk mocht vertellen. Ik heb niet met anderen over de brief van DTG gesproken. Als functionaris houd je bepaalde zaken binnen de directiekamers. We moesten de brief van DTG van 12 februari 1998 wel serieus nemen, onder andere met het oog op de gesprekken met de Raad van Commissarissen en het gemor onder de aandeelhouders (het hof begrijpt: de aandeelhouders, genoemd in bewijsmiddel 9). DTG was na [betrokkene 1] de grootste aandeelhouder. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a948c31a524aaa92b4811f3a73408e968151438c79541e1a875b3dfd58f584a3, en de alinea staat in dat document op bytes 22404 tot 23214.