Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2005
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS1884.
18. Dit bewijsmiddel laat zich inderdaad aanzien als een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv. Ingevolge art. 360, eerste lid, Sv mag een dergelijk bescheid niet tot bewijs worden gebezigd zonder de nadrukkelijke vaststelling dat a) is voldaan aan de in art. 344a, derde lid, Sv gestelde voorwaarden, namelijk a.1) de bewezenverklaring vindt in belangrijke mate steun in andersoortig bewijsmateriaal, en a.2) door of namens de verdachte is niet op enig moment in het geding de ondervraging van de anonymus verlangd, en b) dat de rechter zelfstandig de betrouwbaarheid van de verklaring heeft onderzocht, vgl. HR NJ 1998, 22 en HR NJ 1999, 526. Niet-naleving van dit bijzondere motiveringsvoorschrift brengt volgens het derde lid van art. 360 Sv nietigheid met zich mee.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9aa2603930ae1bb30e723893adb6c6fd60b82ccef1d0f227aaa4344ffb09ca69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9aa2603930ae1bb30e723893adb6c6fd60b82ccef1d0f227aaa4344ffb09ca69, en de alinea staat in dat document op bytes 13267 tot 14144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9aa2603930ae1bb30e723893adb6c6fd60b82ccef1d0f227aaa4344ffb09ca69 | shasum -a 256