Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2044.

15. Een tweede argument voor bevestigende beantwoording van de gestelde vraag is dat het niet voor de hand ligt dat een buitenlandse wetgever zich geroepen zal voelen regels te stellen met betrekking tot de begroting van het salaris van een Nederlandse advocaat, ook al betreft het werkzaamheden met betrekking tot een zaak die door het recht van dat buitenland wordt beheerst en die, mocht de tussenkomst van een rechter nodig blijken, mogelijk onder de rechtsmacht van de rechter van dat buitenland valt, zo min als het voor de hand ligt dat de Nederlandse wetgever de begroting van het salaris van buitenlandse advocaten heeft willen regelen, ook al gaat het om werkzaamheden met betrekking tot een zaak die mogelijk door Nederlands recht wordt beheerst en mogelijk onder de rechtsmacht van de Nederlandse rechter valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e7b3c394e1b6914976466a3e8f0cc26b57d9d7feaf5f1659dcea989706fc3dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e7b3c394e1b6914976466a3e8f0cc26b57d9d7feaf5f1659dcea989706fc3dd, en de alinea staat in dat document op bytes 13574 tot 14410.