Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2044.

16. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de omstandigheid dat de werkzaamheden van [eiseres] als Nederlandse advocaat uitsluitend betrekking hadden op buitenlands burgerlijk recht en de Nederlandse rechter naar Nederlands internationaal privaatrecht geen rechtsmacht toekomt terzake van hetgeen waarover [eiseres] [verweerder] heeft geadviseerd, niet meebrengt dat de derde titel, meer bepaald art. 32, van de WTBZ niet van toepassing is. Aangezien [verweerder] - onbestreden in cassatie - het bedrag van de declaratie van [eiseres] als bovenmatig betwist en derhalve sprake is van een geschil over de hoogte van de declaratie, dient de bijzondere rechtsgang van art. 30 e.v. WTBZ te worden gevolgd. Zie HR 12 oktober 2001, NJ 2002, 165. Het gewraakte oordeel van de kantonrechter is derhalve juist, zodat de onderdelen 1 en 2 van het middel falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e7b3c394e1b6914976466a3e8f0cc26b57d9d7feaf5f1659dcea989706fc3dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e7b3c394e1b6914976466a3e8f0cc26b57d9d7feaf5f1659dcea989706fc3dd, en de alinea staat in dat document op bytes 14430 tot 15298.