Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2685.
2.15 In onderdeel e betoogt [eiseres] dat de rechtbank de feiten heeft aangevuld door in rov. 18 te overwegen dat [verweerder] arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van het opbouwen van stalen steigers, die gelet op de omvang van die steigers niet door de gebruiker zelf, maar door het personeel van [eiseres] werden gemonteerd. Over de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft geen der partijen zich uitgelaten, aldus [eiseres]. Bovendien werd door [verweerder] pas in de laatste antwoordakte aangevoerd dat er binnen [eiseres] (ook) met stalen steigers werd gewerkt. De rechtbank had die stelling slechts in haar oordeel mogen betrekken, nadat [eiseres] (alsnog) in de gelegenheid was gesteld om er op te reageren, aldus [eiseres] in middelonderdeel c.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f043f1ce20b4657194c77efaa5ddcf8f8f87b9fb82ee12f8a3f938446272729. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f043f1ce20b4657194c77efaa5ddcf8f8f87b9fb82ee12f8a3f938446272729, en de alinea staat in dat document op bytes 21834 tot 22607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f043f1ce20b4657194c77efaa5ddcf8f8f87b9fb82ee12f8a3f938446272729 | shasum -a 256