Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2688.

- HR 28 juni 1991, NJ 1992, 787 m.nt CJHB, rov. 3.5; HR 18 december 1992, NJ 1993, 734 m.nt. PvS, rov. 3.3. In deze gevallen ging het om verrekening van aan een gefailleerde onderaannemer verschuldigde aanneemsommen, met regresvorderingen uit hoofde van door de fiscus en/of de bedrijfsvereniging terzake van "ketenaansprakelijkheid" ingevorderde bedragen. Hier werd verrekening toelaatbaar geoordeeld. Er vallen intussen argumenten te bedenken (ontleend aan de "kwade trouw" van de zich op verrekening beroepende partijen), waarom deze gevallen met de bij het vorige "gedachtestreepje" besproken gevallen vergelijkbaar (konden) zijn. In deze tweede groep gevallen levert verrekening echter geen conflict op met het systeem van de (Faillissements)wet of de strekking van de toepasselijke regels.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7, en de alinea staat in dat document op bytes 19866 tot 20675.