Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2688.

Van Oven, Vademecum Burgerlijk Procesrecht (Executie en beslag) II nr. 8.1.12, geeft aan waarom er verschil (in uitkomst) kan zijn tussen handelingen waardoor het beslagobject het vermogen van de beslagdebiteur niet verlaat (zoals bezwaring) en handelingen waarbij dat wel het geval is (zoals overdracht); zie daarvoor ook Faillissementswet (losbl.), Van Galen - Van Hees, art. 33, aant. 8; Polak - Wessels, Insolventierecht Deel II, 2000, nr. 2446; Van der Kwaak, Brunner-bundel, 1994, p. 239 e.v.(met verdere verwijzingen; ik voeg daaraan toe het interessante geval van HR 8 december 1922, NJ 1923, p. 152 e.v.). Ik kan in het midden laten of dit onderscheid inderdaad de door de genoemde schrijvers aangenomen gevolgen heeft, omdat in deze zaak geen overdracht of daarmee vergelijkbaar rechtsfeit aan de orde is (er is geen sprake van dat de te onderzoeken vorderingen en schulden niet tot het vermogen van de beslagdebiteur/gefailleerde zijn blijven behoren).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7, en de alinea staat in dat document op bytes 35021 tot 35998.