Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005
Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2688.
Dat hierdoor de verrekeningsbevoegdheid in geval van derdenbeslag ook inhoudelijk kan worden beïnvloed, wordt beschreven bij Mijnssen, Materieel beslagrecht, 2003, p. 133. Ik lees Mijnssen's betoog t.a.p. zo, dat het gaat om vorderingen die beide van vóór het beslag dateren, maar waarvan verrekening buiten faillissement was uitgesloten omdat de vordering van de derde-beslagene (nog) niet opeisbaar was. Dat beletsel vervalt inderdaad in geval van faillissement van de debiteur (van de derde-beslagene - tevens de beslagdebiteur); en het lijkt ook mij aannemelijk, dat dan verrekening alsnog geoorloofd wordt. Ik meen dat Mijnssen zich hier niet uitspreekt over "ons" geval, waarin de voor verrekening aangevoerde vordering aan de kant van Postbank dateert van ná het beslag. (Ik ga hierop in enig detail in, omdat het hof in rov. 3.5 dezelfde beschouwingen uit de vorige druk van dit werk, kennelijk anders heeft opgevat.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7, en de alinea staat in dat document op bytes 39356 tot 40299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7983a09db9fe87dd22a2aa0f91c9368fa541b6d682357d3cc7440eb716668aa7 | shasum -a 256