Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2706.

1.10 De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de primaire vordering van de Apothekers (en de Brummense Apotheek) niet voor toewijzing vatbaar is, omdat Agis niet tot een geheel ongewijzigde hernieuwing van de overeenkomsten was gehouden (rov. 3.15). De voorzieningenrechter achtte de subsidiair gevorderde onderhandelingen over nieuwe overeenkomsten wel voor toewijzing vatbaar, evenals de gevorderde voorziening in de vorm van het geldig blijven van de op 1 juli 2003 geëindigde overeenkomsten (rov. 3.16) en de gevorderde rectificatie van de mededeling door Agis aan haar verzekerden met betrekking tot de leveranciers van incontinentie-absorptiemateriaal (rov. 3.17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e, en de alinea staat in dat document op bytes 16534 tot 17222.