Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2706.

2.1 Het principale middel omvat vier onderdelen. Onderdeel 1 is gericht tegen het oordeel van het hof dat niet zonder meer kan worden uitgegaan van een verplichting van Agis om de voorwaarden van de nieuwe overeenkomsten via onderhandelingen met haar beoogde wederpartijen tot stand te laten komen en dat een ziekenfonds ervoor kan kiezen om aan alle beoogde wederpartijen een gelijkluidend en niet-onderhandelbaar aanbod te doen en slechts op die voorwaarden overeenkomsten te sluiten. Volgens het onderdeel is dit oordeel in strijd met i) de strekking van de Zfw, inzonderheid de Wet van 20 november 1991 (hierna: de Wet beperking contracteerplicht), en ii) de art. 6:2, 6:162 en 6:248 BW, nu een onderhandelingsplicht bestaat gelet op de - ook door het hof (in rov. 4.8) - aangenomen economische machtspositie van Agis en de (duur van de) voorafgaande contractuele verhouding. Onderdeel 2 betoogt dat, als al niet zonder meer van een onderhandelingsplicht kan worden uitgegaan, onjuist is dat die plicht, zonder dat sprake is van bijzondere omstandigheden, reeds vervalt indien een ziekenfonds ervoor kiest aan alle beoogde wederpartijen een gelijkluidend en niet-onderhandelbaar aanbod te doen en dit aanbod, gelet op zijn inhoud en op alle overige omstandigheden van het geval, niet met de Mededingingswet (Mw) en de door het ziekenfonds in acht te nemen normen van zorgvuldigheid en redelijkheid en billijkheid in strijd komt. Onderdeel 3 betoogt dat het hof buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden door aan te nemen dat Agis geen onderhandelingsplicht met betrekking tot nieuwe medewerkersovereenkomsten heeft, ondanks de erkenning door Agis in appel "dat als uitsluitend privaatrechtelijke normen van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen een ziekenfonds en zorgaanbieders, of als de positie van een ziekenfonds niet mede bepaald wordt door voorschriften van publiekrechtelijke aard, redelijkheid en billijkheid meebrengen dat een ziekenfonds dat gedurende een reeks van jaren medewerkersovereenkomsten met zorgaanbieders heeft gesloten, gehouden is met die zorgaanbieders te overleggen over de totstandkoming van nieuwe overeenkomsten". Onderdeel 4 betoogt dat, indien het hof ervan is uitgegaan dat Agis bij het sluiten van overeenkomsten ex art. 44 Zfw een publiekrechtelijke bevoegdheid uitoefent, het van een onjuiste rechtsopvatting heeft blijk gegeven en dat het oordeel in rov. 4.6 in elk geval onvoldoende is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e, en de alinea staat in dat document op bytes 24812 tot 27279.