Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2706.

De rechter dient de handelwijze van een ziekenfonds dat niet bereid is een overeenkomst te sluiten of een overeenkomst na ommekomst van de overeengekomen periode te verlengen of te hernieuwen, te toetsen aan de verbintenissenrechtelijke regels die partijen jegens elkaar in acht hebben te nemen. Bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel houdende beperking van de contracteerplicht is in verband met de weigering van een overeenkomst op de in de precontractuele fase geldende regels gewezen(43). Partijen dienen zich in deze fase overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 en art. 6:248 BW) tegenover elkaar te gedragen. Uit die eisen vloeit onder meer voort dat partijen met elkaars gerechtvaardigde belangen rekening moeten houden. Datzelfde geldt in de contractuele of, zo men wil, postcontractuele situatie, waarin een ziekenfonds na ommekomst van de overeengekomen periode tot een verlenging van een overeenkomst niet bereid is. Het hof is van geen andere opvatting uitgegaan, waar het blijkens het slot van rov. 4.6 van belang heeft geacht of de handelwijze van Agis al dan niet met de door haar in acht te nemen normen van (zorgvuldigheid en) redelijkheid en billijkheid in strijd komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e, en de alinea staat in dat document op bytes 58608 tot 59849.