Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2706.
Dat Agis zich in hoger beroep, op geleide van het arrest van het hof Arnhem van 7 oktober 2003, op het standpunt zou hebben gesteld dat, louter gemeten naar privaatrechtelijke normen, inderdaad van een onderhandelingsplicht zoals door de Apothekers bedoeld sprake zou zijn, acht ik intussen geenszins evident. In diens pleitnota neemt de raadsman van Agis van het door hem besproken arrest van het hof Arnhem afstand, omdat het hof zich onvoldoende rekenschap van de volgens Agis toepasselijke publiekrechtelijke voorschriften zou hebben gegeven. Daarbij lees ik de openingszin van de betrokken passage ("Op grond van deze overwegingen is Agis van mening (...)") veeleer aldus dat de raadsman van Agis daarin de essentie van het besproken arrest nog eens weergeeft, dan dat hij het oordeel van het hof, louter gemeten naar privaatrechtelijke normen, als juist onderschrijft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e, en de alinea staat in dat document op bytes 68268 tot 69155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffc3a2b7b70a17f25c5c16d74090849f7354fa920fd56c4ae11f502bd1adcd3e | shasum -a 256