Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2005
Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS3559.
5.30. Het beroep dat belanghebbende doet op concurrentievervalsing kan naar mijn mening niet slagen, nu het feitelijke grondslag mist. Belanghebbende heeft deze stelling eerst in cassatie betrokken. Voor het Hof is hier door belanghebbende geen beroep op gedaan, zodat het Hof ook geen nader onderzoek heeft gedaan naar feiten en omstandigheden die de stelling ondersteunen. Het komt mij voor dat voor een beoordeling in cassatie van deze stelling toch feiten en omstandigheden bekend dienen te zijn waaruit blijkt dat concurrentievervalsing aan de orde is. Nu in cassatie geen plaats is voor nader onderzoek naar dergelijke feiten en omstandigheden kan het middelonderdeel dan ook niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecd9ce7095f68166556d9bf4d9e88a649a4ec0d5021b32b1aedd35e51cbcb00b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecd9ce7095f68166556d9bf4d9e88a649a4ec0d5021b32b1aedd35e51cbcb00b, en de alinea staat in dat document op bytes 35983 tot 36703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecd9ce7095f68166556d9bf4d9e88a649a4ec0d5021b32b1aedd35e51cbcb00b | shasum -a 256