Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2005

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS3767.

24. Dit behoeft naar mijn inzicht niet tot cassatie te voeren daar het verweer slechts verworpen had kunnen worden. Indien de opbrengst van strafbare feiten wordt gebruikt voor de aanschaf van goederen, voor eigen gebruik of om in de toekomst weer een ander voordeel te behalen, is dat een vorm van besteding van die opbrengst maar geen kostenpost die in directe relatie staat met het begaan van het feit waaruit het wederrechtelijk voordeel is voortgekomen. Alleen zulke kosten, die in directe relatie staan tot het (kunnen) begaan van het feit dat het voordeel oplevert, komen voor aftrek in aanmerking (ofschoon het de rechter vrijstaat om ook zulke in directe relatie met het feit staande kosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de veroordeelde te laten). Een, met de opbrengst van drugshandel bekostigde, investering in verdovende middelen die door inbeslagneming verloren gaat komt derhalve niet voor aftrek in aanmerking, vgl. HR NJ 1998, 841 en het hierboven reeds genoemde HR NJ 2002, 124.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d94e8fd869069ba4008a0b55817aeadca4551ca92c26948baa3452a6a7b5bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d94e8fd869069ba4008a0b55817aeadca4551ca92c26948baa3452a6a7b5bca, en de alinea staat in dat document op bytes 21051 tot 22071.