Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4167.

3. [Verweerder] heeft gesteld dat hij alleen betrokken is geweest bij een drietal geldopnames, te weten die van 12 juni 1995, 27 juni 1995 en 6 oktober 1995 ten bedrage van respectievelijk f 4.000,-, f 6.000,- en f 2.500,-. Hij heeft betoogd dat hij de eerste twee bedragen heeft overhandigd aan [betrokkene 1] en dat hij laatstgenoemd bedrag op verzoek van [betrokkene 1] heeft overhandigd aan diens vriendin, [betrokkene 3]. Onder overlegging van een aantal door hem bij de bank opgevraagde bescheiden en van een brief van [betrokkene 3], heeft [verweerder] gemotiveerd betwist bemoeienis te hebben gehad met de overige kasopnames en met de overschrijving van een bedrag van f 13.250,- van de bankrekening van [betrokkene 1] naar de bankrekening van [betrokkene 3]. Hij heeft aangevoerd dat er in ieder geval contante opnamen van de girorekening van [betrokkene 1] zijn gedaan door [betrokkene 3] met gebruikmaking van het pasje van [betrokkene 1]. [Verweerder] heeft geconcludeerd dat de vordering van [eiseres] voor afwijzing gereed ligt nu hij niet rekenplichtig is op de voet van art. 771 e.v. (oud) Rv. aangezien er van zijn kant geen sprake is geweest van beheer; hij heeft voorts benadrukt dat hij overigens onder overlegging van de nodige bescheiden wel degelijk opening van zaken heeft gegeven zodat hij ook niet nalatig is geweest in het doen van rekening en verantwoording.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98dc2f4cbd03c174dde5ea468fa8d0823ef02e7888a8d799d476cf66e1096464. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98dc2f4cbd03c174dde5ea468fa8d0823ef02e7888a8d799d476cf66e1096464, en de alinea staat in dat document op bytes 6553 tot 7952.