Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4167.
9. Middel 1 klaagt - in onderdeel 1 - dat het hof zich ten onrechte heeft beperkt tot de vraag of [betrokkene 1] in staat was zijn wil te bepalen en dat het hof is voorbijgegaan aan de door [eiseres] in appel opgeworpen vraag in hoeverre [betrokkene 1] in staat was zijn wil te uiten. De middelonderdelen 1.2 en 1.3 klagen dat het hof het bewijsaanbod van [eiseres] niet had mogen passeren nu het voldoet aan de daaraan te stellen eisen aangezien getuigenbewijs wordt aangeboden ter zake van een duidelijk omschreven relevante stelling, te weten dat [betrokkene 1] zijn wil niet kon uiten tijdens de volmacht van [verweerder], terwijl bovendien wordt aangegeven wie als getuigen kunnen worden gehoord. Middelonderdeel 1.4 klaagt dat voorzover het hof afwijzend zou hebben beslist op de stelling van [eiseres] dat haar vader [betrokkene 1] zijn wil niet kon uiten, het hof in het geheel geen inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang en dat althans een andere waardering van het geleverde schriftelijke bewijs voor de hand had gelegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98dc2f4cbd03c174dde5ea468fa8d0823ef02e7888a8d799d476cf66e1096464. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98dc2f4cbd03c174dde5ea468fa8d0823ef02e7888a8d799d476cf66e1096464, en de alinea staat in dat document op bytes 17382 tot 18430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98dc2f4cbd03c174dde5ea468fa8d0823ef02e7888a8d799d476cf66e1096464 | shasum -a 256