Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4191.

2.2. Over de vraag of degene tegen wie de curator gemachtigd wordt een procedure in te stellen gerechtigd is om beroep bij de rechtbank in te stellen tegen die machtiging, wordt in de rechtspraak uiteenlopend geoordeeld. De rechtbank te Amsterdam was van oordeel dat degene tegen wie de curator in rechte wil optreden niet kan worden aangemerkt als een belanghebbende voor wie de beroepsmogelijkheid van art. 67 Fw openstaat. De motivering is bondig: "dat degeen, tegen wien de curator in rechte op wil treden, zooals van zelf spreekt, zijn verweer in het rechtsgeding moet voeren en niet een behandeling als hier gevraagd daaraan kan doen vooraf gaan"(6). De rechtbank te Arnhem oordeelde in andere zin, maar motiveerde dit met niet meer dan de overweging dat de betrokkenen "belang hebben" bij de gevraagde beschikking(7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7fe2988664c4cc465bfeac2796a80f72e8ade2127b973df9d85d1e4b1ebda5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7fe2988664c4cc465bfeac2796a80f72e8ade2127b973df9d85d1e4b1ebda5f, en de alinea staat in dat document op bytes 8095 tot 8933.