Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4191.

2.7. De vraag of de beroepsmogelijkheid van art. 67 lid 1 Fw steeds (dus: ook in andere gevallen dan die waarin de betrokken schuldeiser het inleidende verzoek heeft gedaan) toekomt aan de schuldeisers in het faillissement is uitvoerig besproken in de alinea's 3 en 4 van de conclusie van de A-G Franx voor HR 10 mei 1985, NJ 1985, 791 m.nt. G. Franx leidt uit het hiervoor reeds genoemde arrest van 6 juni 1902 af, dat niet iedere schuldeiser het appelrecht van art. 67 lid 1 Fw heeft. Alleen degene die "partij" was bij de beschikking van de rechter-commissaris heeft het recht van hoger beroep. Franx wijst erop dat het voorschrift in art. 67 lid 1 Fw, dat de rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden, hieraan niet afdoet: "Het recht op in hoger beroep te worden gehoord, impliceert niet het recht om hoger beroep in te stellen". De Hoge Raad, rov. 3.2, kwam op 10 mei 1985 niet toe aan een beslissing over deze kwestie: het recht van hoger beroep komt in ieder geval toe aan degene die de inleidende beschikking (o.g.v. art. 69 Fw) heeft gevraagd(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7fe2988664c4cc465bfeac2796a80f72e8ade2127b973df9d85d1e4b1ebda5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7fe2988664c4cc465bfeac2796a80f72e8ade2127b973df9d85d1e4b1ebda5f, en de alinea staat in dat document op bytes 12444 tot 13549.