Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4191.

2.14. Bij een machtiging aan de curator om een werknemer te ontslaan kan m.i. worden gezegd, dat de machtiging mede bepalend is voor de rechtsbetrekking tussen die werknemer en de gefailleerde. Wanneer de rechter-commissaris aan de curator machtiging verleent om een procedure tegen iemand te beginnen is dat anders. Zoals de rechtbank overweegt, heeft de betrokkene andere mogelijkheden om zijn bezwaren tegen de door de curator voorgenomen procedure aan de rechter voor te leggen. Voor zover hij tevens schuldeiser in het faillissement is, kan hij op de voet van art. 69 Fw een bevel van de rechter-commissaris aan de curator uitlokken (zie alinea 2.9 hiervoor)(15). Daarnaast heeft [verzoeker] de mogelijkheid zijn om formele en materiële bezwaren tegen de vordering van de curator aan de rechter voor te leggen in de door de curator aan te spannen procedure. Dit laatste is kennelijk hetgeen de rechtbank heeft bedoeld. In de kwestie die uiteen is gezet in alinea 2.1, kies ik dus de zijde van de rechtbank te Amsterdam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7fe2988664c4cc465bfeac2796a80f72e8ade2127b973df9d85d1e4b1ebda5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7fe2988664c4cc465bfeac2796a80f72e8ade2127b973df9d85d1e4b1ebda5f, en de alinea staat in dat document op bytes 18684 tot 19722.