Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2005
Alinea 239 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4406.
23 Daaraan doet niet af dat in (onder meer) Europa een ruimhartiger benadering van letselschade en persoonlijkheidsrechten en vogue is; zie nader Helmut Koziol in: Helmut Koziol en Barbara C. Steininger, European Tort Law 2003 blz. 462 e.v. Erkend kan worden dat er bepaalde fenomenen bestaan die sommigen de wenkbrouwen doen fronsen (bijvoorbeeld de Italiaanse danno biologico en existentiale), terwijl anderen minder warm lopen voor bijvoorbeeld de Johanna Kruidhof-leer (HR 28 mei 1999, NJ 1999, 564 ARB). Hoe men daarover ook moge denken, bezwaarlijk valt in te zien dat het aansprakelijkheidsrecht daardoor onbeheersbaar, of dat de omvang van de potentiële claims niet langer calculeerbaar zou zijn. Ik zou menen dat (her)verzekerars die hameren op het aanbeeld van excessieve vergoedingen of andere in hun ogen zorgen barende ontwikkelingen concreet zouden moeten aangeven waarop zij doelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a9c8a860395c102cf2a33c096f8b5fd26c3871d60703178d8f4f8bb026a1962. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a9c8a860395c102cf2a33c096f8b5fd26c3871d60703178d8f4f8bb026a1962, en de alinea staat in dat document op bytes 80628 tot 81539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a9c8a860395c102cf2a33c096f8b5fd26c3871d60703178d8f4f8bb026a1962 | shasum -a 256