Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4610.
"In het verlengde hiervan waren de leden van de fractie van D66 van mening, dat raadsminderheden de mogelijkheid zouden moeten krijgen zich tot de Arob-rechter te wenden wanneer zij menen dat geheimhouding ten onrechte wordt opgelegd. Zij drongen hier ten zeerste op aan om te voorkomen dat de criteria van artikel 4 van de Wob slechts op politieke gronden zouden worden geïnterpreteerd. Wij zijn van mening dat er in beginsel een beroepsmogelijkheid ingevolge de wet Arob bestaat. Het besluit van de gemeenteraad geheimhouding op te leggen is immers een concreet besluit gericht op enig rechtsgevolg. Het is geen besluit van algemene strekking, omdat niet vooraf bij verordening kan worden bepaald dat iets geheim zal moeten blijven. De beslissing tot oplegging van geheimhouding moet van geval tot geval staande de vergadering genomen worden. Het raadslid dat het niet eens is met de opgelegde geheimhoudingsplicht kan zeer wel een direct belanghebbende zijn en ontvankelijk worden verklaard. Of een en ander in het concrete geval ook juist is, staat uiteraard ter beoordeling van de Arob-rechter."(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6, en de alinea staat in dat document op bytes 20281 tot 21398.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6 | shasum -a 256