Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4610.
3.11 Er staat dus geen bestuursrechtelijke rechtsgang open tegen een besluit tot oplegging van geheimhoudingsplicht. Welke mogelijkheden staan er dan wél open voor iemand als verdachte om een hem onwelgevallig besluit tot geheimhoudingsplicht aan te vechten? In de eerste plaats kan een verzoek tot opheffing worden ingediend bij het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd. Dat heeft verdachte ook gedaan; dit verzoek is op 19 juni 2001 afgewezen. Voorts kan de commissaris van de Koningin worden gevraagd gebruik te maken van zijn bevoegdheid de Kroon te vragen vernietiging van het besluit in overweging te nemen (art. 265 en 266 Provinciewet). Tot slot wijs ik er nog op dat ingevolge art. 12 Wet nationale ombudsman een ieder het recht heeft de ombudsman schriftelijk te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk persoon of rechtspersoon heeft gedragen. Uit de wetsgeschiedenis bij de Wet extern klachtrecht volgt dat ook een statenlid een klacht kan indienen over het gedrag van GS.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6, en de alinea staat in dat document op bytes 22399 tot 23502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6 | shasum -a 256