Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4610.
3.13 Getransponeerd naar de onderhavige casus betekent dit mijns inziens dat de strafrechter zal mogen onderzoeken of het provinciale gezag bevoegd was de geheimhoudingsplicht op te leggen, maar niet of die geheimhoudingsplicht terecht is opgelegd. De strafrechter zal dus moeten nagaan of de geheimhoudingsplicht formeel blijft binnen de grenzen van art. 25 Provinciewet, maar niet mogen toetsen of de opgegeven redenen inderdaad nopen tot het opleggen van een zwijgplicht. Als GS als grondslag voor de geheimhoudingsplicht zouden hebben opgegeven dat de Minister van binnenlandse zaken buiten deze transactie moest worden gehouden en daarom geen lont mocht ruiken voordat de hele zaak beklonken was zou mijns inziens verdachte een punt hebben. Dan zou de strafrechter, art. 25 Provinciewet raadplegende, direct kunnen vaststellen dat de geheimhoudingsplicht niet bevoegd was opgelegd. Maar nu GS als reden voor geheimhouding een wettelijk genoemde grond hebben aangevoerd en gesteld, noch aannemelijk is geworden dat zulks bij wijze van misleiding is geschied, dient de rechter ervan uit te gaan dat de geheimhoudingsplicht rechtsgeldig is opgelegd. Daarom falen mijns inziens de eerste twee middelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6, en de alinea staat in dat document op bytes 26403 tot 27619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6 | shasum -a 256