Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4610.
3.1 Het gaat in deze zaak om het volgende. Verdachte was ten tijde van het bewezenverklaarde feit Statenlid van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant namens de Socialistische Partij en lid van de commissie van advies voor Verkeer, Vervoer en Waterstaat. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) van Noord-Brabant hebben overeenkomstig art. 25, tweede lid, Provinciewet, op 5 juni 2001 geheimhouding opgelegd ten aanzien van het Concept Statenvoorstel "Voorstel tot verkoop van aandelen van de NV Brabantsche Buurtspoorwegen en Autobusdiensten (BBA) aan Compagnie Generale d'Enterprises Automobiles (CGEA)" en de bijbehorende 12 bijlagen inzake verkoop van aandelen BBA N.V., waaronder een Memorandum of Understanding betreffende de verkoop van de aandelen N.V. BBA.(1) Op 6 juni 2001 werd het Concept Statenvoorstel en het Memorandum of Understanding verstrekt aan de leden van de commissies van advies voor Verkeer, Vervoer en Waterstaat en voor Financiën, waaronder dus verdachte. Op 13 juni 2001 heeft verdachte verzocht om onmiddellijke opheffing van de geheimhoudingsplicht. Op 15 juni 2001 heeft verdachte de griffier medegedeeld dat hij de stukken op 18 juni 2001 openbaar zou maken, waarop deze hem meedeelde dat GS het verzoek tot opheffing van de geheimhoudingsplicht op 19 juni 2001 zouden behandelen. Op 18 juni 2001 heeft verdachte een persconferentie belegd en de stukken openbaar gemaakt. Ook heeft verdachte de stukken toegezonden aan de reizersorganisatie ROVER, FNV-bondgenoten en de Ondernemingsraad van BBA, en de stukken op internet laten plaatsen. Op 19 juni 2001 werd binnen de vergadering van GS het opheffingsverzoek van verdachte besproken en werd besloten de geheimhouding te handhaven. Nadat een principe-akkoord was gesloten met de contractspartners inzak de verkoop van de aandelen BBA N.V. hebben GS op 22 juni 2001 besloten tot opheffing van de geheimhouding van voornoemde stukken (waaronder het Concept Statenvoorstel en het Memorandum of Understanding), met uitzondering van de stukken die financiële- en/of bedrijfsgegevens bevatten. Tijdens de vergadering van Provinciale Staten (hierna: PS) op 26 juni 2001 werd besloten tot bekrachtiging overeenkomstig art. 25, derde lid, Provinciewet, van de handhaving van de geheimhoudingsplicht.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6, en de alinea staat in dat document op bytes 5713 tot 8007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d995db9a7ba65c4cd8fec7dd817b7536df08c483b9f6db69eabe5f51bff222c6 | shasum -a 256