Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4744.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft met zijn levensgezellin de gezondheid van twee kinderen die voor hun verzorging van beide verdachten afhankelijk waren benadeeld en hen ronduit verwaarloosd. Hij heeft op geen enkele wijze blijk gegeven van enig besef van de levensbehoeften van deze zeer jonge kinderen. Tevens heeft hij samen met zijn mededader nagelaten tijdig medische hulp in te roepen voor hun zieke zoontje [slachtoffer 1] en hem zodoende in een hulpeloze toestand gebracht en gelaten. Toen [slachtoffer 1] was overleden hebben de verdachte en zijn mededader zijn lijkje ruim twee weken in de schuur verstopt, waardoor het onderzoek naar de oorzaak van het overlijden bemoeilijkt is. Aannemelijk is dat de verdachten dit gedaan hebben, omdat een lijkschouwer zou hebben gezien dat hun zoontje mishandeld was, waardoor de verdachten vreesden de zeggenschap over hun andere kinderen kwijt raken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340, en de alinea staat in dat document op bytes 33450 tot 34412.