Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4744.

11.4 Er kan niet worden gezegd dat de opgelegde straf, bezien in het licht van de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en gelet op hetgeen het Hof bekend kon zijn omtrent de persoon van verzoeker, bij gebreke aan een nadere motivering onbegrijpelijk is. De door het middel aangevallen overweging maakt dat niet anders. De waardering van de omstandigheid dat verzoeker, ondanks een in persoon betekende oproeping,(17) niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen was aan het hof. Onder omstandigheden kan het een negatieve indruk op de rechter maken wanneer de verdachte niet de moeite neemt ter terechtzitting te verschijnen om aldaar verantwoording af te leggen over, althans zich te verdedigen tegen, het hem gemaakte verwijt. De verdachte loopt dan het risico, zeker als hij evenmin de moeite neemt om te proberen de rechter een verklaring voor die afwezigheid over te brengen, dat de rechter zijn afwezigheid te zijnen nadele uitlegt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340, en de alinea staat in dat document op bytes 36392 tot 37361.