Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4744.
11.7 Het beroep dat in het middel wordt gedaan op HR 23 juni 1987, NJ 1988, 661 mag niet baten. In die zaak kwam de rechtbank tot een hogere straf dan in eerste instantie opgelegd op de grond dat de verdachte "in geen van beide instanties is verschenen, terwijl overigens aan de Rb. niet is gebleken van enig relevant verweer". Daar werkte het enkele niet verschijnen dus strafverhogend in hoger beroep. In de onderhavige zaak heeft het hof, gebruikmakend van zijn waarderingsvrijheid als feitenrechter, een in het licht van de bronnen van informatie waarover het hof beschikte, niet onbegrijpelijke conclusie verbonden aan verzoekers afwezigheid. Dat is iets anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340, en de alinea staat in dat document op bytes 39377 tot 40057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340 | shasum -a 256