Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4744.

5.3 Overigens geldt, anders dan de steller van het middel kennelijk meent, dat een niet gemachtigd advocaat die ter terechtzitting is verschenen kan verzoeken om aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.(2) Als hem is gebleken dat de oproeping of dagvaarding aan verdachte in een penitentiaire inrichting is uitgereikt ligt het voor de hand dat de advocaat daarop wijst en verzoekt om aanhouding. Zo een verzoek is hier niet gedaan. Ik wil hiermee overigens niet suggereren dat de rechter mag aannemen dat een onderzoek naar de vraag of de verdachte aanwezig wil zijn bij zijn berechting achterwege kan blijven als de niet gemachtigde advocaat een dergelijk verzoek niét doet. De advocaat kan te weinig informatie over of van zijn cliënt hebben om diens houding tegenover het aanwezigheidsrecht te kunnen verwoorden. Als de advocaat daarvan blijk geeft ligt het voor de hand als de rechter ambtshalve opnieuw de oproeping van verdachte gelast om hem in de gelegenheid te stellen alsnog te verschijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340, en de alinea staat in dat document op bytes 8610 tot 9702.