Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS4744.

7.4 Uit de bewijsmiddelen kan, voorzover voor de beoordeling van dit middel van belang, worden afgeleid dat verzoeker zich in juni 1999 heeft gevestigd op het adres waar [medeverdachte] sinds maart 1998 woonachtig was, dat op [geboortedatum] 2000 [slachtoffer 1] is geboren en dat [medeverdachte] zijn moeder was (bewijsmiddelen 1 en 2). Voorts kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat verzoeker ervan uitging dat hij de vader was van [slachtoffer 1] (bewijsmiddel 5)(10) en dat hij feitelijk bepaalde of er ten behoeve van [slachtoffer 1] medische en/of andere hulp werd ingeroepen en zich ook overigens heeft opgesteld alsof hij het ouderlijk gezag uitoefende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd258fb9efee35a53dcb58c11da37843e4883fa3ac66d78f84350d330b19f340, en de alinea staat in dat document op bytes 21133 tot 21813.