Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5103.

2.5 De rechtbank oordeelt over het voorgaande als volgt: De wetenschap die eisers hadden of behoorden te hebben omtrent de financiële positie van de Hypotheekshop op het moment van toekennen van de ontbindingsvergoeding, kan niet leiden tot onrechtmatigheid aan de zijde van eisers, omdat [verweerster] zelf verzocht had om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en daarnaast om een vergoeding. [Eiser 2] had in die situatie geen andere mogelijkhed dan een zo laag mogelijke vergoeding te bedingen en van benadeling van [verweerster] was geen sprake. Nu vaststaat dat [eiseres 1] en [eiser 2] de door [verweerster] gerestitueerde fl.7000,-- aan nettoloon in ontvangst hebben genomen, hebben zij onrechtmatig gehandeld omdat zij wisten of moesten weten dat het geld in een bodemloze put terecht zou komen. Door dit handelen heeft [verweerster] fl.7000,-- schade geleden. Vervolgens is van belang, of eisers bewust de verhaalsmogelijkheden voor [verweerster] hebben gefrusteerd. [Verweerster] heeft daartoe aangevoerd dat de Hypotheekshop in 1996 en 1997 behoorlijke winsten zijn gemaakt, de goodwill is afgeboekt en diverse activa zijn verdwenen. De rechtbank stelt vast dat het eigen vermogen van de Hypotheekshop per 31 december 1997 fl.57.057,92 bedroeg, maar een jaar later was veranderd in fl.186.149,81 negatief. Deze vermogensachteruitgang van omstreeks fl.243.000,- is samengesteld uit fl.55.000,-- voorziening in de vordering van [verweerster], fl.188.000,-- afboeking van goodwill, vaste activa en debiteuren. Omdat niet duidelijk is hoe en waarom deze activa het vermogen van de Hypotheekshop hebben verlaten, draagt de rechtbank bij tussenvonnis van 23 maart 2001 eisers op voldoende feitelijke gegevens over de financiën van de Hypotheekshop rond 13 oktober 1998 te verschaffen om [verweerster] aanknopingspunten te bieden voor het bewijs van haar stelling dat het vermogen van de Hypotheekshop is weggesluisd. In dit tussenvonnis bepaalt de rechtbank tevens dat de door [verweerster] gelegde conservatoire beslagen onder [B] BV o.g. niet ten onrechte waren gelegd, nu de vordering van [verweerster] van fl.7000,-- toewijsbaar is en bovendien het beslag niet ten laste van de Makelaardij zelf is gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f201b93d09075206abb0df47fddc3cf1cfd85740b65562166d7ac6aae8fc2c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f201b93d09075206abb0df47fddc3cf1cfd85740b65562166d7ac6aae8fc2c27, en de alinea staat in dat document op bytes 13407 tot 15636.