Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5103.

3.5 Onderdeel 3 noemt 's hofs conclusie in ro. 5.8, dat [eiseres 1] en [eiser 2] elders bedrijfsactiviteiten hebben ondergebracht, onbegrijpelijk inzoverre het hof daartoe mocht zijn gekomen door de constatering, dat de netto omzet in 1997 f.133.520,-- was. Onbegrijpelijk vindt het middelonderdeel dat het hof niet heeft meegewogen althans dat het hof daarvan geen blijk geeft te hebben meegewogen de - in de woorden van het middel - marginale winstresultaten in 1996 en 1997, aangezien beslissingen over herplaatsen van bedrijfsactiviteiten niet alleen op basis van omzetcijfers moeten worden genomen, maar ook op basis van andere omstandigheden, zoals in casu de langdurige afwezigheid van [verweerster]. Zonder nadere motivering is daarom de conclusie dat hier een voldoende ernstig verwijt gemaakt kan worden aan bestuurders vanwege onrechtmatig handelen, niet gerechtvaardigd, mede vanwege in het licht van het eerder aangevoerde feit dat het ontbindingsverzoek van [verweerster] zelf afkomstig was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f201b93d09075206abb0df47fddc3cf1cfd85740b65562166d7ac6aae8fc2c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f201b93d09075206abb0df47fddc3cf1cfd85740b65562166d7ac6aae8fc2c27, en de alinea staat in dat document op bytes 26476 tot 27494.